Gepost door: Rebecca Rijnders | november 25, 2012

De dubbele moraal van de internetexpert

“Internet biedt bedrijven de kans om een directe relatie aan te gaan met hun doelgroep; open communicatie, transparantie:  dat zijn de toverwoorden van deze tijd. Ik probeer het mijn klanten altijd uit te leggen, maar sommige snappen het gewoon niet. Gaan ze wéér alleen maar zenden.  Businessmodel? Tuurlijk is er een businessmodel voor internet. Daar zijn de eye balls, dus daar zit het geld.

Privacy
Ja, had je dat ook gelezen? Twitter heeft z’n api op slot gedaan. Dat was juist altijd zo’n mooi voorbeeld van een open platform, daarom waren developers er zo gek op, en had je al die waanzinnige twitter clients. Echt dom, nu kunnen ze wel inpakken, ze zijn meteen de sympathie kwijt. Net als die promoted tweets, zo irritant. App.net? Is dat niet die betaalde variant van Twitter? Waarom zou ik betalen voor iets dat ook gratis kan zijn dan? Geen advertenties. Ja, nou ja, het zal wel. Maar daar zit geen hond.

Facebook? Zelfde verhaal. M’n hele tijdlijn is nu verziekt door commerciële boodschappen. Dit is echt het begin van het einde voor Facebook. Om nog maar te zwijgen van hoe zij met onze privacy omgaan. Ze verkopen je data zo door aan adverteerders. Om gerichter te adverteren, ja, maar dat wil je toch helemaal niet. En Nu.nl ook. Ons eigen nu.nl, gewoon onze privacy te grabbel gooien. We zijn nergens meer veilig.

Engagement
Nee, oké, het is geen sociale werkplaats, dat realiseer ik me ook wel. Natuurlijk moet er geld worden verdiend. Dat hoef je mij niet te vertellen. Wat ik tegen mijn klanten zeg? Dat ze eerst moeten zorgen voor een open en eerlijke communicatie. Engagement ja, precies. Als je dienst goed genoeg is, komt het geld vanzelf.

Het is Spotify toch ook gelukt? Het kan dus echt wel. O, niet? Lijden ze nog steeds verlies? O, dat wist ik niet. Maar ja, je kunt van mensen nu eenmaal niet verwachten dat ze betalen voor iets dat ze overal gratis kunnen krijgen. Doe jij dat? Echt? Haha, nee man, ik download alles. Gewoon op een van die torrents kijken, de nieuwste films, betalen is echt voor losers!”

Gepost door: Rebecca Rijnders | november 23, 2012

Sales: het meest onderschatte beroep

De pr-persoon roept bij veel mensen al een lichte irritatie op, maar de verkoper is de paria onder de professies. Een vuilnisman, stratenmaker of prostituee staat hoger aangeschreven, want dat zijn tenminste ‘eerlijke’ beroepen. Verkopen en de waarheid spreken, dat gaat niet samen.

Het imago van de verkoper is volledig gebaseerd op de louche tweedehands autohandelaar met gouden ketting om zijn nek, de deur-aan-deurverkoper die zijn glimmende schoen tussen de deur wringt, en de snelle jongens in strak Italiaans maatpak (type makelaar in hun glorietijd). Google het woord maar eens bij Afbeeldingen en dit beeld wordt direct bevestigd.

Toch is dit beroep bij uitstek bewonderenswaardig. Het is namelijk verschrikkelijk moeilijk. Tenminste, om het goed te doen. En dat is maar weinigen gegeven. De meeste mensen vinden het ook vreselijk om te doen. Vraag maar aan de gemiddelde ondernemer of freelancer wat hij het vervelendst of moeilijkst vindt aan zijn of haar werk en de kans is groot dat deze zal zeggen: acquisitie. Kortom: verkopen.

Reclame
Iets verkopen, of dat nu een product, dienst of jezelf is, vergt namelijk een hoge mate van ‘zelfoverwinning’. Je moet over een psychologische drempel heen die voor veel mensen onnatuurlijk aanvoelt. Vooral in onze Calvinistische cultuur waarin bescheidenheid en nederigheid hoog in het vaandel staan. Om iets te verkopen zul je het moeten aanprijzen en het dus als beter of mooier aanmerken dan gemiddeld en dat is direct verdacht: hoezo ben jij beter, wie zegt dat, bewijs dat maar eens.

De ironie wil dat reclame, dat is gestoeld op ditzelfde principe (iets verkopen), weer wel een geliefd beroep is, want dit wordt in tegenstelling tot sales gezien als creatief. Maar waar de reclamemaker zich kan verhullen met mooie plaatjes en lang doordachte copy, heeft de verkoper slechts zichzelf ter beschikking om de ander te overtuigen. Hij moet met blote billen de arena in. Als het je dan lukt om tegen alle weerstand en vooroordelen in iets te verkopen, getuigt dat toch zeker van lef en creativiteit.

Snel geld
Eerlijk is eerlijk, het imago van de verkoper komt niet uit de lucht vallen. In elk cliché schuilt een zekere waarheid. Het punt is dat het – zoals gezegd – slechts weinigen is gegeven om een goede verkoper te zijn, terwijl er talloze verkopers rondlopen. Alles moet immers vroeg of laat worden verkocht. Daarin schuilt het hele probleem: weinig mensen hebben een aangeboren talent voor sales en een opleiding of training zal dit slechts ten dele ondervangen.

De meeste jongens (want dat zijn het vaak) worden aangetrokken door het snelle geld en zijn niet echt bezig om dit beroep naar een hoger plan te tillen. Want iedereen weet dat je met sales veel geld kunt verdienen. Dat is een economisch mechanisme: meer vraag dan aanbod doet de prijs opvoeren. Want al kun je lekker verdienen, je moet je voortaan wel steeds verdedigen op verjaardagen en daar hoort wat tegenover te staan.

De ongetalenteerde en puur op geld gerichte salesmensen – en dat zijn er veel – doen er dus alles aan om het imago in stand te houden: gladde babbels, foute pakken, bord voor hun kop, drammerigheid, draaien en liegen, desinteresse, en ga zo maar door. Zij verpesten het beeld voor de goede salesmensen. Goede salesmensen, zijn die er dan? Ja, die zijn er.

Kennisgat
Goede salesmensen zijn degenen die oprecht interesse tonen in hun gesprekspartner, bereid zijn zich te verdiepen in het probleem, vraag of behoefte van de klant en op zoek gaan naar een passende oplossing. Dat die oplossing meestal hun product of dienst is, doet minder ter zake. Het gaat erom dat de klant uiteindelijk het gevoel heeft geholpen te zijn, beter af te zijn dankzij dit product of die dienst.

En als de salesman in staat blijkt te zijn om nog verder te kijken en denken dan zijn eigen product is het helemaal een held. Zo kwam ooit de eigenaar van een zonweringsbedrijf bij mij de maten voor nieuwe zonneschermen opmeten om te concluderen dat het aan een kant niet nodig was: die zag er nog prima uit. Dan ben ik dus diep onder de indruk. Hij zou me namelijk van alles kunnen wijsmaken en aansmeren aangezien mijn kennis van zonwering niet zo ver reikt (bij dat kennisgat ligt vaak ook de macht van de verkoper), maar dat deed hij niet, hij ging volledig uit van mijn belang. Je raadt het al: als iemand ooit op zoek is naar zonwering, zal ik deze man van harte aanbevelen.

Closen
Een goede sales heeft dus psychologisch inzicht, is sociaal vaardig, kan goed luisteren en zich verplaatsen in een ander. Hij is bovendien attent, want hij moet relaties onderhouden met al zijn klanten. Maar de sales cycle kent naast het winnen van vertrouwen, het in kaart brengen van de vraag en relatieopbouw nog een ander onderdeel, dat meestal als het aller moeilijkst wordt ervaren: het closen van de deal.

Zeker als het om grotere bedragen gaat, is dat de bottleneck, pas daar komt het echte talent van de verkoper om de hoek kijken: vroeg of laat moet die handtekening worden gezet. Dit onderhandelen is ook iets waar de meesten van ons hekel aan hebben en wat ons dus slecht afgaat. Hoeveel mensen ken je niet die na het tekenen van hun arbeidscontract denken: shit, ik had er meer uit kunnen halen.

In deze laatste, cruciale fase van het verkoopgesprek komt het vooral aan op drie dingen: volharding, rust en overtuiging. Stiltes laten vallen op de juiste momenten, niet toegeven, de bal bij de ander houden, je geduld bewaren en je trots te allen tijde opzij zetten. Het is een psychologisch spel van hoog niveau. Een collega in de sales zei ooit: ‘You gotta love the no.’ Die uitspraak is me altijd bijgebleven. Want misschien schuilt daarin nog wel de grootste kracht van een goede verkoper: hij geniet van het spel.

En wij lopen vervolgens licht verdwaasd naar huis met een peperdure nieuwe jas en voelen ons niet eens schuldig. Deze jas gaat ons namelijk gelukkig maken. Tja, dat is de kunst van het verkopen en daar mogen we best wat meer bewondering voor hebben.

 

(Deze blog verscheen eerder op Power PR)

Gepost door: Rebecca Rijnders | oktober 30, 2012

Stijlvol de crisis door: 11 tips

BesparenEconomische crisis? Geen betere reden om er goed uit te zien! Juist in onzekere tijden moet je het beste uit jezelf halen. Of eigenlijk is er nooit een goede reden om er níet goed uit te zien. En dat kan voor weinig geld en met weinig moeite.
11 tips die je honderden euro’s kunnen besparen:

1. Hou je kledingkast beperkt
Dit is de makkelijkste tip: hoe minder kleding, hoe minder keuze, en dus hoe minder stress. Scheelt veel tijd en geld.

2. Wissel de seizoenen af
Breng in de zomermaanden je winterkleding naar zolder en andersom. Scheelt ruimte in je kast en zorgt elk half jaar weer voor leuke verrassingen.

3. Volg de mode niet klakkeloos
Veel trends kun je moeiteloos aan je voorbij laten gaan. Kijk eerst eens kritisch of die hotpants of die broek met dat lage kruis je wel staat voor je hem aanschaft.

4. Pas op met uitverkoop
Niets zo misleidend als de uitverkoop. Je koopt meestal dingen die je niet nodig hebt of die je niet zou kopen voor de originele prijs. En dat zegt genoeg.

5. Zorg voor goede basics
Koop mooie basics in effen kleuren die makkelijk te combineren zijn: witte blouse, donkerblauwe of zwarte broek, grijs colbert, rood jurkje, zwarte hoge laarzen (met hak), etc.

6. Beperk het aantal kleuren
Kies een aantal kleuren die je mooi staan. Hoe minder, hoe makkelijker te combineren. Mijd fluorescerend en pastel. Kleuren als kobaltblauw, zeegroen, bordeauxrood, oker en beige staan bijna iedereen.

7. Niet kopen
Driekwartbroeken, te strakke of te wijde kleding, een ski-jack als je niet gaat skiën, gympjes als je niet gaat sporten en drukke prints die moeilijk te combineren zijn.

8. Schaf de kapper af
Laat je haar groeien. Als los haar niet mooi staat, steek je het op. Ook verven kun je prima zelf. Pas wel op voor te blond, te donker of te rood.

9. Schaf de schoonheidsspecialist af
Dure crèmes zijn onzin. Van een nachtje vaseline knapt je huid enorm op, scrubben doe je met suiker en maskers kun je prima zelf maken met bijvoorbeeld yoghurt, honing, avocado, kaneel, etc.

10. Mix je eigen make-up
Mix dagcrème met foundation voor een natuurlijke look. Een beetje rouge, ogenschaduw, mascara, lipgloss en klaar. Hema en Etos hebben prima spul. Hoeft echt niet duur te zijn.

11. Schouders naar achteren, mondhoeken omhoog
De bonustip. Mooi rechtop lopen met een vriendelijk gezicht doet meer voor je uitstraling dan welke kleding of make-up dan ook en het leuke is: het kost helemaal niets.

[p.s. deze blog was een beetje off topic, nu focus ik mij weer op Powerplay Kids]

Gepost door: Rebecca Rijnders | september 25, 2012

Op zoek naar een eiland van inspiratie

Heraclitus wist het zeven eeuwen geleden al: panta rhei, ofwel alles stroomt. Alles is vluchtig. Zoals water door de Rijn stroomt, worden wij overspoeld door een continue stroom aan media, waarbij nauwelijks iets beklijft.

Het is een van de belangrijkste veranderingen in het medialandschap sinds de opkomst van internet: alles stroomt. Streaming video, streaming music, social media streams. Streaming in de zin dat er geen hapklare stukjes meer gedownload worden, maar vooral ook in de filosofische betekenis: media stromen onafgebroken aan je voorbij, content verwordt langzaam tot een amorfe rivier.
Denk maar aan de huidige vormen van mediaconsumptie. Vroeger keek je naar een tv-programma en als het afgelopen was, zette je de tv uit. Nu heb je YouTube. Vroeger zette je een cd’tje op, nu is er Spotify. Vroeger worstelde je je op zaterdag door die veel te dikke krant om de verkreukelde prop papier na een paar uur met een gerust hart in de papier- of kattenbak te gooien. Nu is er Nu.nl.
Vroeger dronk je koffie of een borrel met vrienden en nam je na enkele uren afscheid. Nu is er Facebook. Of je belde iemand voor een goed gesprek. Nu heb je whatsapp. En ga zo maar door. Nooit meer is iets ‘af’ of  ‘uit’, waarna je even tot bezinning kunt komen.

Serendipiteit
Media en communicatie zijn niet meer eindig. Alles gaat 24 uur per dag door in een grote stroomversnelling. Je mist altijd wat, steeds meer zelfs. Althans, dat gevoel heb je, want meer aanbod betekent uiteraard niet meer kwaliteit. Sterker nog, je leest of hoort juist heel vaak hetzelfde, maar dan in twintig verschillende versies en vanuit allerlei invalshoeken. En dat berichtje zie je bovendien op alle mogelijke online platformen terug.
Sociale media bieden in theorie een enorme rijkdom, maar hoe pik je de parels eruit? Natuurlijk zijn er diverse aggregators en filters die een selectie maken van alle informatie die op jouw interesses zijn toegespitst, maar ook daarin schuilt een nadeel: wil ik wel alleen maar dingen lezen en zien die naadloos aansluiten op mijn interesses? Nee, want ik wil ook verrast worden, er moet een bepaalde mate van serendipiteit zijn. Een nieuw inzicht, een gebeurtenis die anders aan mijn blikveld voorbij zou zijn gegaan, een afwijkende mening, een bijzondere visie.
Precies in dat gat zouden slimme uitgevers (of individuele journalisten) kunnen duiken. Stop de stroom en pik er een parels uit. Of liever nog: creëer je eigen eiland met parels. Praat niet klakkeloos de sociale media na (denk aan Project X, Haren), want met die berichten worden we al overspoeld.

Uniek
Uitgevers zijn onder druk van de advertentiemarkt te veel gaan luisteren naar wat hun doelgroep wil. Of lijkt te willen. Want consumenten weten helemaal niet wat ze willen, dat is al lang onderzocht. Kijk naar Apple: wat zou er gebeurd zijn als Steve Jobs aan consumenten had gevraagd of zij een hele grote iPhone willen waar je niet mee kunt bellen…?
Uitgevers, kijk voorbij de grenzen van sociale media en bedenk weer je eigen content. Denk zelf na, verras ons! Breng iets unieks, iets dat ik nergens anders kan lezen of zien. Geen hype, maar iets belangwekkends. Geen waan van de dag, maar echte achtergronden en inzichten. Dan kunnen we even uit de stroom stappen en tot rust komen op een eiland vol inspiratie.

[dit verscheen eerder op PowerPR]

Gepost door: Rebecca Rijnders | juli 21, 2012

Social media: zou jij nog zonder kunnen?

Je kunt er een dagtaak aan hebben om alles bij te houden: Twitter voor nieuws en discussies, Facebook omdat je daar je familie en vrienden nog eens ziet, Path voor de meer persoonlijke ontboezemingen, Google+ voor de diepgravende tech-stories, en dan wil je natuurlijk ook nog af en toe een instagrammetje posten en niet vergeten in te checken op Foursquare, en o ja, Pinterest hadden we ook nog, en dan vergeet ik er nog een paar…

Straks zit ik twee weken in Afrika en ik voel nu al ontwenningsverschijnselen op komen zetten. Want de 3G gaat uit en het is daar vast niet in een grote wifi-cloud. Maar ergens lijkt het me ook wel weer lekker: even old school offline genieten. En jullie, welk netwerk zouden jullie het meest gaan missen?

Gepost door: Rebecca Rijnders | juni 18, 2012

Q&A vertrek bij Hyves

Ik hoor dat je weggaat bij Hyves, klopt dat?
‘Ja, dat klopt, begin juli.’

Is dat niet erg snel?
‘Een klein jaar, dat is inderdaad nogal snel.’

Waarom ga je dan alweer weg, of moet je soms weg?
‘Nee, ik heb zelf besloten mijn contract niet te verlengen. De functie bleek toch niet helemaal bij me te passen.’

Je bent pr en communicatie manager bij Hyves, waarom past dat niet bij jou?
‘Ik kom uit de journalistiek en op zich is de overstap naar pr niet ongebruikelijk, maar bij Hyves moet ik toch vaak dingen ‘verkopen’ waar ik minder affiniteit mee heb. De meer inhoudelijke communicatiekant beviel me wel. Ik ben nu bijvoorbeeld bezig om een debat te organiseren over cyberpesten, daar word ik wel enthousiast van.’

Wat heb je ervan geleerd?
‘Dat pr echt een vak is. Daarnaast heb ik geleerd hoe het is om voor een grotere organisatie te werken. Dat brengt toch een ander soort dynamiek en soms ook politiek met zich mee.’

Wat vond je het minst leuk aan je werk bij Hyves?
‘Ik heb er moeite mee dat de media zo negatief zijn over Hyves. Ik begrijp het wel, maar toch trek ik het me ook persoonlijk aan.’

En wat vond je het leukste?
‘Om onderdeel uit te maken van een bedrijf dat geschiedenis schrijft. Hyves heeft aan de wieg gestaan van de revolutie die sociale media teweeg brengen.’

Wat ga je nu doen?
‘Het is natuurlijk riskant om je baan op te zeggen zonder dat je iets anders hebt – zeker in deze markt – maar toch heb ik er vertrouwen in dat ik binnenkort weer iets nieuws vind. En in de tussentijd heb ik mooi de ruimte om het boek te schrijven dat ik in mijn hoofd heb.’

Een boek? Toch niet over sociale media, hè…?
‘Haha, nee, een kinderboek.’

Een kinderboek?
‘Ja, maar verder zeg ik er liever nog niks over.’

Wat voor werk zou je – los van dat boek – willen doen? Terug naar de journalistiek?
‘Content creatie in de breedste zin. Ik denk dat bedrijven nu op zoek gaan naar mensen die hun boodschap op een geloofwaardige, inhoudelijke manier kunnen vertalen naar diverse doelgroepen. Ze zijn aanwezig op sociale media, maar weten niet altijd welk verhaal ze daar moeten vertellen. Continuïteit is belangrijk en je kunt niet alleen maar marketingboodschappen de wereld in sturen, dan haakt men af. In Amerika huren bedrijven steeds vaker een brand journalist in, ik denk dat we die ontwikkeling ook in Nederland gaan zien.’

Dus je gebruikt dit interview om jezelf in de markt te zetten als ‘brand journalist’?
‘Ja, nu je het zegt… Schuilt er toch een beetje pr in me.’

[dit artikel verscheen eveneens op PowerPR]

Gepost door: Rebecca Rijnders | juni 17, 2012

Gezamenlijk betaalmodel redding voor uitgevers?

Vorige week was ik op het Nationaal Uitgeverscongres van Mediafacts. Het idee achter de line-up was duidelijk: jullie zitten allemaal in hetzelfde zinkende schuitje, dus de inspiratie zoeken we bij sprekers buiten de traditionele uitgeefwereld. Overwegend dan, want ook Wegener stond op het podium met zijn ‘digital first’ strategie, een verhaal dat een sterk déjà-vu gevoel opriep.

Miljoenenmarkt
Het ene succesverhaal (Ziff Davis Media) volgde het andere (premierguitar.com) op en ik zag de 50+ mannen in donkerblauwe pakken steeds dieper wegzakken in hun stoelen. Toen een consultant van GEA ze ook nog eens met tientallen cryptische businessmodellen om de oren sloeg, verscholen ze zich nog verder achter hun iPad. Want hoe anders is het om een Zite of om een of andere online nichespeler te zijn zonder verleden, overhead of traditie in print? Om nog maar te zwijgen over de handicap van het beperkte Nederlandse taalgebied. Een niche in de VS is in theorie nog steeds een miljoenenmarkt.

Eyeballs
Er is ook geen eenduidig antwoord te geven op wat uitgevers anno 2012 moeten doen om het tij te keren. Dat ze íets moeten doen is al lang doorgedrongen en ze hebben ook zeker niet stilgezeten de afgelopen jaren. Van alles is al geprobeerd. Eerst was het burgerjournalistiek of user generated content. Maar gratis werk leverde toch niet de kwaliteit op die je van een professional kunt verwachten en aan hobbyisten kun je weinig eisen stellen qua deadlines en frequentie.

Andersom werkte het ook al niet. Dure, kwalitatief hoogwaardige producties gratis verspreiden op internet, terwijl men voor de papieren variant moest betalen. Het was gedoemd te mislukken. Even leek de iPad de uitkomst voor betaalde content, maar ook daar blijven de succesvolle initiatieven vooralsnog uit, alleen Apple lacht in zijn vuistje. De advertentiemarkt staat te veel onder druk om te zorgen voor een sluitend verdienmodel. Nieuwsaggregators als Zite, Flipboard en Nine Connections vinden intussen met gemak hun weg naar de digitale consument. Ook sociale netwerken zitten niet stil, LinkedIn heeft Today, Facebook ging samenwerken met de Washington Post en lanceerde de social reader, Google heeft Currents en ons eigen Hyves lanceerde de nieuwssite Nu & Straks. En hoewel deze diensten nog altijd grotendeels afhankelijk zijn van de content van bestaande uitgevers en blogs, hebben zij de eyeballs en dus de advertentie-inkomsten.

Bezinning
Wat nu in elk geval nodig is, is visie. En leiderschap om die visie door te voeren. Maar een visie ontwikkel je niet door te luisteren naar theoretische businessmodellen van dure consultants. Die visie ontwikkel je ook niet door anderen te kopiëren, want elke uitgeverij is anders; heeft andere thema’s, andere invalshoeken, een andere tone of voice en een andere doelgroep. Als het goed is, tenminste. Die visie ontwikkel je ook niet door je op social media te laten overspoelen door een zee aan nieuwtjes, meninkjes, feitjes en zogenaamd leerzame blogposts in de trant van ‘10 ways to create incredible content’. Een unieke kijk op de wereld ontwikkel je niet door je laten meeslepen door de waan van je dag. Daarvoor is contemplatie nodig, bezinking en bezinning.

Bestaansrecht
Uitgevers moeten terug naar hun basis en nadenken over hun bestaansrecht. Wat is hun hogere doel? Ooit zijn er oprichters geweest die ergens in geloofden en dit idee hebben uitgewerkt met liefde voor het vak. Er zijn veel media bij gekomen, veel nieuwe devices en distributiekanalen, mensen hebben minder tijd en minder aandacht. Maar een ding is niet veranderd: ze willen nog altijd relevante, bijzondere, unieke verhalen of informatie die essentieel voor ze is. Nu meer dan ooit hebben mensen behoefte aan experts die hen de weg wijzen in de overvloed aan content, professionals die ze vertrouwen. Geen machines of apps, maar vakmensen die een selectie maken van die enorme overload aan informatie. Dat zal altijd waardevol zijn en dus is het geld waard.

Betaalmodel
Goede uitgevers en journalisten zullen ons altijd blijven vermaken, verrassen of iets bijbrengen. Of dat nu via een blogpost, krant of iPad app is. De distributie zal veranderen. De kans bestaat dat we ons niet meer zullen abonneren op een volledige krant, maar alleen onderdelen of losse artikelen zullen kopen. Een andere mogelijkheid is dat we ons gaan abonneren op een specifieke journalist of blogger. Misschien moeten uitgevers de handen ineen slaan en gezamenlijk een betaalmodel ontwikkelen. Geen gratis content, gewoon geld vragen voor vakwerk. Het advertentiemodel zal niet overleven als aggregators en content curators de traffic naar zich toe trekken. Samenwerken vraagt echter visie en lef. Maar zoals Daniel Ropers van Bol.com op het Uitgeverscongres terecht opmerkte: “Je concurrenten van gisteren zijn misschien wel je partners van morgen.”

[Dit artikel verscheen eerder op Frankwatching]

Gepost door: Rebecca Rijnders | maart 21, 2012

5 Jaar op Twitter

Vandaag zit ik 5 jaar op Twitter. Ik kan me niet precies herinneren waar en wanneer ik het woord voor het eerst tegenkwam, maar al snel voelde ik dat dit iets bijzonders was.
Beginnen was eenvoudig. De inner circle van de internetwereld was snel gevonden; iedereen kende elkaar bij wijze van spreken. Het was overzichtelijk en dat bracht een prettig soort exclusiviteit met zich mee. Vooral omdat niemand buiten de twitter scene het begreep. Steeds vertellen wat je aan het doen bent, dat is toch stom? Maar de oorspronkelijke functie ‘what are you doing’ verloor al snel terrein en toen kwamen de leuke discussies en interessante linkjes.

Met de collega’s bij Emerce hadden we natuurlijk wel de grootste lol als we allemaal tegelijk “lunch!” twitterden, maar wij begrepen dat het meer was dan vertellen wat je aan het eten was of dat je naar de wc moest (een hardnekkig vooroordeel dat ik zelf tot ongeveer een jaar geleden heb moeten ontkrachten, want in die vijf jaar tijd ben ik letterlijk niet één tweet tegengekomen over iemands stoelgang).

Biz Stone
Een maand later, april 2007, vertrok ik naar San Francisco voor het jaarlijkse internetcongres Web 2.0 Expo, waar Twitters medeoprichter Biz Stone in een panel zat. Geen keynote, geen grote zaal, gewoon een van de vele startups met een veelbelovende buzz. Een ding wist ik zeker, hem zou ik interviewen en naar eDay halen.
Het bleek verrassend eenvoudig. Ik kon hem direct na zijn optreden interviewen en op de vraag of hij het leuk vond om in september naar Nederland te komen voor een internetcongres reageerde hij enthousiast. Een relaxte, ietwat timide jongen. Maar zelden zat een zaal op eDay zo vol.
Die eerste maanden op twitter hadden iets magisch. We vonden het volstrekt normaal dat we in het Engels met elkaar communiceerden en de eerste twittertermen zagen het licht. Twitter-klonen schoten als paddenstoelen uit de grond, maar behalve Jaiku was er geen enkele serieuze concurrent. Wie denkt er nog wel eens aan Plurk of Babl?

Twitterborrel
Natuurlijk kon de eerste fysieke bijeenkomst niet uitblijven. In de zomer organiseerde @marjolijn de eerste twitterborrel in café Dante. De hele harde kern was er. Zo’n 60 man. Twitterkoning @erwblo, @dutchcowboy, @marketingfacts, @markies, @fellinger, @punkey. En natuurlijk @vincente die direct van het vliegveld kwam om de allereerste iPhone te showen. De kring om hem heen groeide om het magische apparaat te kunnen zien en aanraken.
Vijf jaar later is twitter mainstream geworden. Opvallend is dat er sindsdien eigenlijk geen vergelijkbaar fenomeen meer is opgestaan van deze omvang. Pinterest wellicht, maar persoonlijk vermoed ik een snelle verveling en vervuiling rondom dit plaatjesplatform.

Idealisme
Twitter kwam op het juiste moment. De hele internetwereld gonsde van de nieuwe energie en het optimisme. De internetbubble was voorbij en vergeten en eindelijk durfden bedrijven weer te investeren. Zoveel zelfs dat er al snel sprake was van een tweede bubbel, maar de kenners wisten beter: dit keer zou het anders gaan, de tijd was er nu rijp voor. Accelerate! was het thema dat we eDay meegaven. Vol gas erin! Dat het nog tot 2012 zou duren voordat de internetbestedingen eindelijk die van print zouden overtreffen konden we toen nog niet vermoeden.

Ik zie nog hoe Robert Scoble met een webcam op zijn pet door het conferentiecentrum is San Francisco liep. Iedereen zou alles registreren en met elkaar delen. Sociale media betekenden totale openheid en gelijkheid. Geld verdienen was niet spannend. Het ging om het sociale aspect, niet om de business. Dat idealisme, dat de opkomst van sociale media zo kenmerkt, ik denk er weleens met weemoed aan terug. Anno 2012 is het business as usual.

Gepost door: Rebecca Rijnders | januari 22, 2012

Vrouwen en zelfpromotie: een gevoelig punt

Nu de stof rondom de eChick Award – waar ik in de jury zat – is neergedaald is beter te zien waar alle commotie nu precies vandaan kwam. Vrouwen riepen om het hardst dat het een belachelijke prijs was of juist een geweldig initiatief. Sommigen gaven zich op en trokken zich weer terug. ‘Typisch vrouwengedoe’, was de logische reactie. Maar de oorzaak lag dieper.

Vanaf de start waren er diverse kritiekpunten. Het begon al met de term. Het woord ‘Chick’ zou denigrerend zijn. Men ging daarbij voorbij aan het feit dat vrouwen elkaar regelmatig zo noemen, maar de reactie was begrijpelijk. Daar kwam nog een ander gevoelig punt bij: het was een man die het had geïnitieerd. En een man die een vrouw een chick noemt, is toch net even wat anders. Vervolgens rees de vraag waarom deze social media- verkiezing alleen voor vrouwen was en niet gewoon voor ‘mensen’.  Je zou er immers mee suggereren dat vrouwen niet voor vol worden aangezien.

Laat ik vooropstellen dat ik zelf geen groot voorstander ben voor speciale vrouwendingen. Het bracht me dan ook kort aan het twijfelen over de waarde van de verkiezing. Toch helde de weegschaal uiteindelijk over naar de positieve kant. Want of je het nu leuk of terecht vindt of niet: mannen en vrouwen zijn niet gelijk, want ze zijn verschillend. Met uiteraard de kanttekening dat ik nu generaliseer: vrouwen zijn socialere wezens en beter in luisteren dan mannen. Dit maakt een prijs voor vrouwen die sociale media succesvol inzetten ineens veel logischer. Waarbij je ook weer kunt tegenwerpen dat je de prijs dan juist voor mannen en vrouwen zou moeten maken, zodat de kans lekker groot is dat er een vrouw wint. Maar is dat eerlijk?

Mannen en vrouwen apart beoordelen bij prijzen gebeurt natuurlijk overal:  sport man/vrouw van het haar, beste acteur/actrice, beste zakenman/vrouw. Ook op het sportveld worden de krachten niet met elkaar gemeten en daar hoor je dan weer geen vrouw over.  Misschien hadden we ook een eHunk, eDude of eDick verkiezing moeten houden. Iets ter overweging voor volgend jaar, de organisatie staat ervoor open .

Toen de initiële discussies enigszins waren weggeëbd, ontstond er echter weer een nieuwe. Want om te worden genomineerd moesten vrouwen een case aandragen en stemmen winnen. Met andere woorden: ze moesten zichzelf promoten. En daar kwam de echte gevoeligheid om de hoek kijken: dat vinden de meeste vrouwen namelijk helemaal niet leuk. Jezelf op de borst kloppen is iets typisch mannelijks en vrouwen die dat openlijk doen worden vaak bekritiseerd. Vooral door andere vrouwen.

De vraag is nu: zijn vrouwen te bescheiden, te onzeker of gewoon bang voor kritiek? Of komt dit allemaal op hetzelfde neer? Hoe dan ook is er maar een conclusie: laten wij als vrouwen elkaar eens wat minder bekritiseren om zelfpromotie en trots zijn op wat we zelf en andere vrouwen bereikt hebben. Laten we een klein beetje mannelijke eigenschappen overnemen, en ons iets minder aantrekken van wat anderen vinden, durven uitspreken dat we ergens goed in zijn en onze successen openlijk vieren.

Het zou helemaal mooi zijn als mannen dan iets zouden leren van hoe vrouwen gebruik maken van sociale media: meer interactie en minder zenden. Dan zal iedereen vermoedelijk meer succes halen uit sociale media en worden we allemaal toch iets gelijker.

(deze post verscheen eerder op Power PR)

Gepost door: Rebecca Rijnders | november 6, 2011

De PR Paradox

De stap van journalistiek naar pr is geen uitzondering. Logisch ook, want als journalist kun je aardig schrijven, je kent de mediawereld, bent goed ingevoerd in je vakgebied, hebt meestal een redelijk netwerk, en misschien nog wel het belangrijkste: je weet hoe journalisten denken en waar ze behoefte aan hebben.

Overeenkomsten en verschillen
Er zijn bovendien overeenkomsten: beide beroepen zijn gericht op het overbrengen van een boodschap, het bieden van relevante content en het vertellen van een verhaal. Je hebt een redactionele agenda, een planning en een doelgroep.
Er is echter een cruciaal verschil, vergelijkbaar met de bureau-klant relatie. Net als de adverteerder verkeert de journalist in een luxepositie. Hij wordt over het algemeen gebeld en gemaild, want mensen willen wat van hem. Het bureau en de pr-manager hebben ‘klanten’ nodig en zijn dus de vragende partij.

Actie en reactie
Het pr-vak heeft bovendien een actieve en reactieve kant: enerzijds moet de pr-manager ervoor zorgen dat het bedrijf dat hij of zij vertegenwoordigt zichtbaar wordt en blijft op de gewenste manier. Anderzijds de reactieve kant: alles wat er over het bedrijf wordt gezegd of geschreven in de media controleren en zo nodig corrigeren en vragen en verzoeken vanuit de media beantwoorden.

Het hangt natuurlijk volledig af van de bekendheid en de status van een bedrijf hoe deze balans is. Het zal niemand verbazen dat een bedrijf dat veel in het nieuws is, meer reactieve pr bedrijft dan actieve en andersom. Een startup zal flink aan de bak moeten om in de pers te komen. Een bedrijf dat als positief wordt ervaren heeft in wezen nauwelijks pr nodig, tenzij er een crisis uitbreekt. Daarnaast zijn er ‘neutrale’ bedrijven – dat is veruit het grootste deel – en tot slot bedrijven die om welke reden dan ook in een negatief daglicht staan. Ook zij moeten hard werken, zowel actief als reactief.

Negatief nieuws scoort!
En op dat kruispunt komen de beroepen van journalist en pr manager ineens pal tegenover elkaar te staan. Ze hebben tegenstrijdige belangen als het gaat om nieuws. Negatief nieuws scoort namelijk veel beter dan positief nieuws. Het is dus in het voordeel van de journalist om meer negatief nieuws te brengen, daar waar de pr-manager zijn best doet om zoveel mogelijk positieve berichten naar buiten te brengen.

Journalisten spreken de waarheid, pr-managers liegen.
De vreemde situatie doet zich nu voor dat ik in mijn rol als pr manager nog altijd dezelfde persoon ben als die ik was als journalist. Daarbij durf ik gerust te stellen dat ik nu aanzienlijk meer weet van het bedrijf waarvoor ik werk dan voorheen (overigens nog lang nog niet alles, na slechts twee maanden. ) Toch zal ik nu minder snel geloofd worden dan in mijn vroegere rol. Men gaat er immers vanuit dat een journalist niets dan de waarheid vertelt, terwijl een pr-manager natuurlijk wij-van-wc-eend speelt.

Dit is in mijn ogen een interessante pr paradox: hoewel de pr-manager bij uitstek degene is die alle ins en out kent van een bedrijf, is hij in de ogen van de journalist (en het publiek) zo’n beetje de minst betrouwbare persoon om hier uitspraken over te doen. Hoogleraar Communicatiewetenschap Ivar Vermeulen heeft dit onlangs helder uiteengezet tijdens de lancering van de Social Media Monitor.

Deze tegenstrijdigheid zorgt ervoor dat de pr-manager eigenlijk op een 2-0 achterstand staat ten opzichte van de journalist, waardoor zijn vak misschien nog wel meer creativiteit vergt.

En ja, ik hoor ‘het mijn oude ik’ al zeggen: dat is preken voor eigen parochie.

[Dit artikel verscheen eerder op Power PR: http://www.powerpr.nl/2011/11/de-pr-paradox/]


« Newer Posts - Older Posts »

Categorieën

%d bloggers liken dit: